Toelichting op de geconsolideerde Balans per 31 december 2022

Activa

Materiële vaste activa

1.1.2

1.1.2.1

1.1.2.2

1.1.2.3

1.1.2.4

1.1.2.5

1.1.2.6

Materiële vaste activa (M€) geconsolideerd

Gebouwen en grond

Terreinen

Inventaris en apparatuur

Overige materiële vaste activa

In uitvoering en vooruit betaald

Niet aan het proces dienstbare mva

Totaal

Aanschafprijs 1-1-2022

a

511,9

44,3

56,6

1,6

18,3

17,0

649,7

Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen 1-1-2022

b

-327,4

-16,0

-23,6

-1,2

0,0

-11,4

-379,6

Boekwaarde 1-1-2022

c=a+b

184,5

28,3

33,0

0,4

18,3

5,6

270,1

Investeringen 2022

d

7,2

1,6

6,9

35,7

0,1

51,5

Activering werk in uitvoering 2022

e

2,4

1,8

-4,2

0,0

Aanschafwaarde desinvesteringen 2022

f

-2,6

-2,3

-0,2

-5,1

Afschrijvingen 2022

g

-15,8

-1,6

-6,1

-0,1

-0,4

-24,0

Afschrijvingen desinvesteringen 2022

h

1,5

1,9

0,1

3,5

Aanschafprijs en terugname waardevermindering 31-12-2022

i=a+d+e+f

518,9

47,7

61,2

1,6

49,8

16,9

696,1

Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen 31-12-2022

j=b+g+h

-341,7

-17,6

-27,8

-1,3

0,0

-11,7

-400,1

Boekwaarde 31-12-2022

k=i+j

177,2

30,1

33,4

0,3

49,8

5,2

296,0

Afschrijvingspercentages (in %)

0 - 12,5

3,3 - 10

6,7 - 50

6,7 - 20

0,0

6,7 - 20

Gestelde zekerheden

Aan de Staat der Nederlanden is de volgende zekerheid verstrekt: per 1 januari 2010 het recht van 1e hypotheek op een deel van het onroerend goed ter zekerheid van de opgenomen leningen, tot maximaal het bedrag van de openstaande schuld.

WOZ en verzekerde waarde gebouwen en terreinen (M€) geconsolideerd

2022

WOZ-waarde gebouwen en terreinen

237,6

Verzekerde waarde gebouwen

850,5

Bovenstaande WOZ-waardes hebben 1 januari 2021 als peildatum en zijn van toepassing op het belastingjaar 2022. De verzekerde waarde van de gebouwen is de geïndexeerde waarde op de polis per 1 juli 2022.

Financiële vaste activa

1.1.3

1.1.3.2

1.1.3.8

Financiële vaste activa (M€) geconsolideerd

Overige deel-nemingen

Overige vorde-ringen

Totaal

Verkrijgingsprijs 1-1-2022

a

9,7

7,2

16,9

Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen 1-1-2022

b

-0,6

-0,6

Cumulatieve waardevermeerderingen 1-1-2022

c

0,0

Boekwaarde 1-1-2022

d=a+b+c

9,7

6,6

16,3

Investeringen en leningen

e

1,4

0,9

2,3

Desinvesteringen en aflossingen

f

-2,0

-1,4

-3,4

Resultaat deelnemingen

g

-0,1

-0,1

Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen

h

-0,4

-0,4

Waardevermeerderingen

i

0,0

Aanschafprijs 31-12-2022

j=a+e+f+g

9,1

6,7

15,8

Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen 31-12-2022

k=b+h

0,0

-1,0

-1,0

Cumulatieve waardevermeerderingen
31-12-2022

l=c+i

0,0

0,0

0,0

Boekwaarde 31-12-2022

m=j+k+l

9,1

5,7

14,8

Overige deelnemingen

Onder deze post wordt de waardering van deelnemingen verantwoord, waarbij de universiteit een minderheid van de aandelen in haar bezit heeft. Voor een overzicht van de minderheidsdeelnemingen wordt naar het hoofdstuk met deelnemingen en verbonden partijen verwezen.

Overige vorderingen

Per eind 2022 bedraagt het saldo van de overige vorderingen € 5,7 miljoen. Dit saldo bestaat voornamelijk uit vorderingen uit leasecontracten (€ 4,7 miljoen), uitgegeven leningen Proof of Concepts (€ 0,5 miljoen) en uitgegeven TOP-leningen (€ 0,5 miljoen).

Het kortlopende deel van voornoemde vorderingen (<1 jaar) is gereclassificeerd onder de vlottende activa.

Vanuit van de apparatuurfondsen van High Tech Fund B.V. en Med Tech Fund zijn financiële leasecontracten afgesloten. De leasecontracten van High Tech Fund B.V. hebben een looptijd van 5 tot en met 8 jaar en een rentepercentage tussen 6% en 8%.

In het kader van Proof of Concept heeft UTI B.V. diverse leningsovereenkomsten afgesloten. De leningenduur bij dergelijke overeenkomsten bedraagt 8 jaar en de rente over de uitstaande leningen is 6% of 11%. Over de eerste 5 jaar hoeft er geen aflossing en rente te worden betaald. De rente wordt jaarlijks bijgeboekt op de lening. Aangezien het vroege fase financiering betreft met een hoog risico wordt voor een deel van deze rente een voorziening voor oninbaarheid getroffen. Aflossing vindt plaats na vijf jaar, in de jaren zes, zeven en acht. Als zekerheid voor de verstrekte leningen zijn er pandrechten verkregen op de activa en borgstellingen afgegeven door de geldnemers.

Vanaf 2018 is het beheer van de TOP-leningen onder gebracht bij UTI B.V. Er is door UTI per eind 2022 voor € 0,5 miljoen aan TOP-leningen en TOP-light leningen uitgegeven. Als zekerheid voor de verstrekte leningen zijn er pandrechten verkregen op de activa en borgstellingen afgegeven door de geldnemers. De TOP-leningen zijn grotendeels gefinancierd door de universiteit. De universiteit staat garant indien de vordering oninbaar is.

Vlottende activa

Voorraden

1.2.1

Voorraden (M€)
geconsolideerd

31-12-2022

31-12-2021

1.2.1.2

Gebruiksgoederen

0,4

0,4

De gehanteerde kostprijsmethode voor de voorraadwaardering betreft FIFO (first in, first out).

Kortlopende vorderingen

1.2.2

Kortlopende vorderingen (M€)
geconsolideerd

31-12-2022

31-12-2021

1.2.2.1

Debiteuren

24,2

17,7

1.2.2.2

Vordering op OCW

0,0

0,4

1.2.2.7

Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten

0,1

0,1

1.2.2.8

Overige overheden

2,4

2,5

1.2.2.9

Waardering onderhanden projecten

24,2

16,0

Lasten Werk voor derden

96,7

76,1

Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen

-72,5

-60,1

1.2.2.10

Overige vorderingen:

0,5

0,2

Kortlopende vorderingen financiële vaste activa

0,2

0,2

Overige vorderingen

0,3

0,0

1.2.2.11

Belastingen

0,4

0,7

1.2.2.12

Vooruitbetaalde bedragen

6,6

6,5

1.2.2.15

Overlopende activa:

Nog te ontvangen bedragen

2,1

3,0

Subtotaal kortlopende vorderingen

60,5

47,1

1.2.2.16

Voorziening wegens oninbaarheid

-0,5

-0,2

Totaal kortlopende vorderingen

60,0

46,9

In bovenstaand overzicht van vorderingen zijn geen posten opgenomen met een resterende looptijd langer dan 1 jaar. De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd.

Het verloop van de voorzieningen wegens oninbaarheid is als volgt:

1.2.2.16

Voorziening wegens oninbaarheid (M€) geconsolideerd

2022

2021

Saldo per 1 januari

-0,2

-0,1

Onttrekking

0,0

0,1

Vrijval

0,2

0,0

Dotatie

-0,5

-0,2

Stand per 31 december

-0,5

-0,2

Liquide middelen

1.2.4

Liquide middelen (M€) geconsolideerd

31-12-2022

31-12-2021

1.2.4.1

Kasmiddelen

0,1

0,0

1.2.4.2

Tegoeden op bankrekeningen

20,2

8,2

1.2.4.3

Rekening courant tegoed Schatkistbankieren

86,3

119,8

Totaal liquide middelen

106,6

128,0

Onder de liquide middelen zijn onder meer deposito’s opgenomen die direct opvraagbaar zijn. Het volledige bedrag aan liquide middelen staat ter vrije beschikking aan de universiteit.

Passiva

Eigen vermogen

2.1

Eigen vermogen (M€)
geconsolideerd

Stand per 1-1-2022

Resultaat

Overige mutaties

Stand per 31-12-2022

2.1.1.1

Algemene reserve

162,5

-20,0

0,0

142,5

2.1.1.3

Bestemmingsreserve (privaat):

Universiteit Twente Holding B.V.

13,7

8,6

0,0

22,3

2.1.2

Minderheidsbelang derden

0,4

0,4

Totaal Eigen Vermogen

176,6

-11,4

0,0

165,2

Ingevolge artikel 2.9 lid 4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek is het negatieve resultaat over het boekjaar 2022 ad € 11,4 miljoen onttrokken aan de reserves.

2.1

Eigen vermogen (M€)
geconsolideerd

Stand per 1-1-2021

Resultaat

Overige mutaties

Stand per 31-12-2021

2.1.1.1

Algemene reserve

162,9

0,2

-0,6

162,5

2.1.1.3

Bestemmingsreserve (privaat):

Universiteit Twente Holding B.V.

13,7

-0,6

0,6

13,7

2.1.2

Minderheidsbelang derden

0,4

0,4

Totaal Eigen Vermogen

177,0

-0,4

0,0

176,6

Bestemmingsreserve (privaat)

De per 31 december 2022 gevormde bestemmingsreserve voor de gelieerde onderneming Universiteit Twente Holding B.V. (v/h Holding Technopolis Twente B.V.) geeft de vermogenspositie van deze onderneming weer en is bestemd voor het opvangen van mogelijke toekomstige tekorten van de onderneming.

Minderheidsbelang derden

Onder dit balanshoofd is opgenomen het minderheidsbelang van derden, dat het aandeel van derden in het eigen vermogen van de groepsmaatschappij UT International Ventures Holding B.V. vertegenwoordigt.

Voorzieningen

2.2

2.2.1

2.2.4

Voorzieningen (M€) geconsolideerd

Personele voorzieningen

Overige voorzieningen

Totaal voorzieningen

Stand per 1-1-2022

10,8

0,2

11,0

Dotaties

3,2

0,0

3,2

Onttrekkingen

-1,7

0,0

-1,7

Vrijval

-2,4

-0,2

-2,6

Stand per 31-12-2022

9,9

0,0

9,9

Onderverdeling saldo 31-12-2022:

< 1 jaar

3,1

0,0

3,1

1-5 jaar

4,6

0,0

4,6

> 5 jaar

2,2

0,0

2,2

Totaal

9,9

0,0

9,9

2.2

Voorzieningen - specificatie (M€)
geconsolideerd

Stand per 1-1-2022

Dotaties

Onttrekkingen

Vrijval

Stand per 31-12-2022

2.2.1

Personele voorzieningen

ERD-WGA

2,7

0,9

0,3

0,7

2,6

WW en BW-WW

1,4

0,9

0,3

0,8

1,2

Transitievergoeding

2,4

1,2

0,7

0,3

2,6

Sabbatical Leave

0,1

0,1

0,2

UT-jubilea

3,6

0,3

0,5

2,8

BWNU AOW gat

0,1

0,1

0,0

Reorganisatie diensten

0,5

0,1

0,1

0,5

Subtotaal personele voorzieningen

10,8

3,2

1,7

2,4

9,9

2.2.4

Overige voorzieningen

EU

0,2

0,2

0,0

Subtotaal overige voorzieningen

0,2

0,0

0,0

0,2

0,0

Totaal voorzieningen

11,0

3,2

1,7

2,6

9,9

Personele voorzieningen

Een algemene toelichting op de personele voorzieningen is terug te vinden in de waarderingsgrondslagen. Meer specifiek kan het onderstaande nog worden toegelicht op een aantal van deze voorzieningen.

Voorziening sociaal beleid, reorganisaties en overige rechtsposities

De voorziening reorganisatie heeft tot doel verplichtingen uit hoofde van uitkeringen na ontslag af te dekken.

De hoogte van de voorziening reorganisatie is gebaseerd op een inschatting van de toekomstige verplichtingen (bijvoorbeeld outplacement en afvloeiing) met een toekomstige uitstroom van middelen.

Jubileumvoorziening

Deze voorziening is gevormd ten behoeve van toekomstige uitbetalingen in verband met 12,5-jarig, 25-jarig en 40-jarig jubilea. Bij de berekening van de voorziening is rekening gehouden met de hoogte van het brutoloon plus vakantiegeld, cao-stijgingen en het uitstroompercentage. Voor de hoogte van de cao-stijgingen is de verwachte inflatie voor het contractloon bedrijven in 2023 van het CBP gehanteerd. Het gehanteerde uitstroom percentage betreft het gemiddelde van de werkelijke uitstroom in de afgelopen twee jaren.

Overige personele voorzieningen

Deze voorziening is gevormd ten behoeve van toekomstige uitbetalingen in verband met het AOW-gat inzake de regeling BWNU (Bovenwettelijke Werkloosheidsregeling Nederlandse Universiteiten).

Overige voorzieningen

Een toelichting op de overige voorzieningen is terug te vinden in de waarderingsgrondslagen.

Langlopende schulden

2.3

2.3.3

2.3.5

2.3.7

2.3.7

Langlopende schulden (M€)
geconsolideerd

BNG

Ministerie van Financiën

Subsidie- fondsen

Overig

Totaal

Nominale waarde aangegane leningen 1-1-2022

3,3

150,0

10,7

2,9

166,9

Cumulatieve aflossingen 1-1-2022

-1,2

-52,7

-1,2

0,0

-55,1

Stand per 1-1-2022

2,1

97,3

9,5

2,9

111,8

Aangegane leningen

0,6

0,6

Aflossingen

-0,1

-5,3

-5,4

Waardeverminderingen + voorziening

-8,7

-8,7

Stand per 31-12-2022

2,0

92,0

1,4

2,9

98,3

Kortlopend deel langlopende schulden 31-12-2022

0,2

5,3

0,0

0,1

5,6

Stand langlopende schulden per 31-12-2022

1,8

86,7

1,4

2,8

92,7

Onderverdeling totaal stand per 31-12-2022:

Looptijd 1-5 jaar

0,7

21,2

0,7

0,6

23,2

Looptijd > 5 jaar

1,1

65,5

0,7

2,2

69,5

Het kortlopende deel (< 1 jaar) van de gepresenteerde schulden is opgenomen bij de Kortlopende Schulden.

In overeenstemming met RJ 290.937 is de reële waarde van de openstaande schulden per 31 december 2022 bepaald, rekening houdend met een disconteringsvoet van 2,8% per jaar. De berekende reële waarde van de schulden is als volgt:

2.3.3 BNG: € 1,7 miljoen

2.3.5 Ministerie van Financiën: € 74,0 miljoen

2.3.7 Subsidiefondsen: € 1,4 miljoen

2.3.7 Overig: € 2,2 miljoen

Onderstaande tabel geeft een weergave van de aangegane leningen, jaarlijkse aflossingen en te betalen rente:

Lening geconsolideerd

Nominale waarde

Einddatum

Aflossing per jaar

Rente

Rentevast t/m jaar

Bank Nederlandse Gemeenten

€ 3,3 miljoen

24-12-2028

€ 0,2 miljoen

3,70%

2028

Ministerie van Financiën lening 1

€ 90,0 miljoen

3-1-2039

€ 3,2 miljoen

0,71%

2025

Ministerie van Financiën lening 2

€ 25,0 miljoen

3-1-2039

€ 0,9 miljoen

0,10%

2039

Ministerie van Financiën lening 3

€ 35,0 miljoen

2-1-2041

€ 1,2 miljoen

0,10%

2041

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

€ 1,9 miljoen

31-12-2038

€ 0,1 miljoen

0,00%

n.v.t.

Onder post 2.3.7 ‘Subsidiefondsen’ worden het apparatuurfonds High Tech Fund, subsidiegelden Proof of Concepts en het apparatuurfonds MedTech Fund verantwoord.

Eind 2022 is de verplichting inzake het apparatuurfonds High Tech Fund komen te vervallen, waarbij de openstaande verplichting ad € 8,3 miljoen ten gunste van het resultaat is gebracht.

De Proof of Concept-gelden betreft een subsidie ter hoogte van € 2 miljoen, waarvan per eind 2022 € 0,9 miljoen verkregen is van het Ministerie van EZ en de Provincie Overijssel. De subsidie dient te worden ingezet voor het verstrekken van Proof of Concept leningen aan jonge bedrijven. Een subsidievereiste is dat het fonds revolverend is, hetgeen betekent dat de middelen die terugvloeien opnieuw dienen te worden ingezet voor hetzelfde doel. Provincie Overijssel heeft als subsidievereiste gesteld dat deze middelen te allen tijde voor het vastgestelde doel dienen te worden aangewend, anders is sprake van een terugbetalingsverplichting.

Het apparatuurfonds MedTech Fund betreft een subsidie ter hoogte van € 3,5 miljoen, te ontvangen van de Provincie Overijssel en de Twente Board Development. Deze subsidie wordt in tranches tot en met 2026 uitgekeerd. Per eind 2022 is een bedrag van € 0,6 miljoen ontvangen. De subsidie dient te worden ingezet als een leasefaciliteit waar MedTech bedrijven in Twente een voorstel tot het leasen van productieapparatuur kunnen indienen, omdat zij niet over de liquiditeit beschikken om deze apparatuur ineens aan te schaffen. Een subsidievereiste is dat het apparatuurfonds revolverend is, waarbij de middelen die terugvloeien opnieuw worden ingezet voor hetzelfde doel.

Onder post 2.3.7 ‘Overig’ worden een tweetal posten verantwoord.

De universiteit heeft in 2016 een overeenkomst afgesloten met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland inzake een Toekomstfondskrediet Onderzoeksfaciliteiten (TOF-krediet). Deze lening wordt aangewend om investeringen in het NanoLab mee te financieren. Per eind 2022 was een bedrag van € 1,9 miljoen ontvangen. Terugbetaling aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is een jaar opgeschoven en start in 2023. De openstaande schuld per eind 2022 wordt in 15 jaarlijkse termijnen terug betaald.

Voor de duur van 99 jaren is door De Hogekamp B.V. in 2018 een erfpachtovereenkomst aangegaan met de Universiteit Twente. Voor de duur van 50 jaren is een vergoeding overeengekomen van € 1,1 miljoen. Dit bedrag is verrekend met de aankoopsom bij de terugkoop van het herontwikkelde gebouwdeel tot U-Parkhotel per 1 september 2018 van Van Wijnen Projectontwikkeling Oost (VWPO). Jaarlijks wordt dit bedrag gemuteerd door de vrijval van erfpachttermijnen. Het saldo per eind 2022 bedraagt € 1,0 miljoen.

Gestelde zekerheden

Aan de Staat der Nederlanden is de volgende zekerheid verstrekt: per 1 januari 2010 het recht van 1e hypotheek op een deel van het onroerend goed ter zekerheid van de opgenomen leningen, tot maximaal het bedrag van de openstaande schuld.

Ten behoeve van High Tech Factory B.V. is een borgstelling aan de Bank Nederlandse Gemeenten afgegeven. Het totaal van de lening bij de Bank Nederlandse Gemeenten bedraagt per jaareinde 2022 € 2,0 miljoen (2021 € 2,1 miljoen).

Kortlopende schulden

2.4

Kortlopende schulden (M€)
geconsolideerd

31-12-2022

31-12-2021

2.4.3

Kredietinstellingen 1)

0,2

0,2

2.4.5

Schulden aan Ministerie van Financiën 1)

5,3

5,3

2.4.7

Vooruitgefactureerde termijn projecten

63,5

49,5

Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen

163,0

145,0

Lasten Werk voor derden

-99,5

-95,5

2.4.8

Crediteuren

14,1

14,9

2.4.9

Belastingen en premies sociale verzekeringen

15,5

16,2

Loonheffing

10,5

10,2

Omzetbelasting

1,6

2,5

Premies sociale verzekeringen

3,3

3,4

Overige belastingen

0,1

0,1

2.4.10

Schulden ter zake pensioenen

4,1

3,8

2.4.11

Schulden ter zake van werk voor derden

0,3

4,4

2.4.12

Overige kortlopende schulden

6,9

7,7

2.4.13

Vooruit ontvangen collegegelden

19,0

13,4

2.4.14

Vooruit ontvangen subsidies OCW

0,0

0,2

2.4.16

Vooruit ontvangen bedragen

45,2

23,2

2.4.17

Vakantiedagen/-geld

28,3

23,8

2.4.19

Overlopende passiva

7,6

5,3

Totaal kortlopende schulden

210,0

167,9

1) Bij ‘Kredietinstellingen’ en ‘Schulden aan het Ministerie van Financiën’ is het kortlopende deel (< 1 jaar) opgenomen van de langlopende schulden.

In bovenstaand overzicht van kortlopende schulden zijn geen posten opgenomen met een resterende looptijd langer dan 1 jaar.

Model G

G1 Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt

Omschrijving

Toewijzing

De activiteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond

Kenmerk

Datum

J/N

Subsidieregeling extra hulp voor de klas

COHO21-20026

7-okt-21

J

G2 Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt
G2.A Aflopend per ultimo verslagjaar

Toewijzing Kenmerk

Toewijzing Datum

Bedrag van de toewijzing

Ontvangen t/m vorig verslagjaar

Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar

Saldo per 1 januari verslagjaar

Ontvangen in verslagjaar

Subsidiabele kosten in verslagjaar

Te verrekenen per 31 december 2022

G2.B Doorlopend tot in een volgend verslagjaar

Projectomschrijving

Toewijzing Kenmerk

Toewijzing Datum

Bedrag van de toewijzing

Ontvangen t/m vorig verslagjaar

Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar

Saldo per 1 januari verslagjaar

Ontvangen in verslagjaar

Subsidiabele kosten in verslagjaar

Saldo per 31 december 2022

Totaal

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Financiële instrumenten

Algemeen

De universiteit maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van financiële instrumenten die in de balans zijn opgenomen, zoals vorderingen en schulden. De universiteit wordt via deze instrumenten c.q. balansposities blootgesteld aan markt-, valuta-, rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico’s. Om deze risico’s te beheersen heeft de universiteit een beleid opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestaties van de universiteit te beperken. Bij het niet nakomen door een tegenpartij van aan de universiteit verschuldigde betalingen blijven eventuele daaruit voortvloeiende verliezen beperkt tot de marktwaarde van de desbetreffende instrumenten.

Kredietrisico

De vorderingen uit hoofde van handelsdebiteuren betreffen vorderingen op subsidieverstrekkers en vorderingen op overige debiteuren.

De uitstaande vorderingen per balansdatum bedragen € 60,0 miljoen (2021: € 46,9 miljoen *). Het kredietrisico inzake de uitstaande vorderingen per eind 2022 is beoordeeld en indien nodig is er een voorziening getroffen. De uitstaande vorderingen betreffen vooral subsidiegelden die betaald worden door de EU, Nederlandse overheid of onderzoeksinstellingen. Het kredietrisico is over het geheel genomen beperkt.

*) Dit bedrag wijkt € 22,6 miljoen af ten opzichte van de definitieve jaarrekening 2021, en is in de jaarrekening 2021 abusievelijk fout gepresenteerd. Conform RJ 150.205 is deze toelichtingsfout hersteld en in deze jaarrekening het juiste bedrag opgenomen. Deze correctie heeft geen impact op de balans, staat van baten en lasten en de ratio's over 2021.

Renterisico en kasstroomrisico

Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij de opgenomen leningen is sprake van een vast rentepercentage gedurende een aantal jaar met tussentijdse renteherzieningen per leningsdeel. Onder de langlopende schulden is informatie over het rentepercentage en de looptijd van deze rente weergegeven. De leningen worden aangehouden tot het einde van de looptijd, zoals onder de langlopende schulden vermeld.

Liquiditeitsrisico

De universiteit bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende liquiditeitsbegrotingen. Het bestuur ziet erop toe dat voor de universiteit steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen en dat tevens voldoende financiële ruimte onder de beschikbare faciliteiten beschikbaar blijft om steeds binnen de gestelde lening convenanten te blijven.

Reële waarde

De reële waarde van de in de balans opgenomen financiële instrumenten verantwoord onder tegoeden bankrekeningen, kortlopende vorderingen en kortlopende schulden benadert de boekwaarde daarvan.

Niet in de geconsolideerde balans opgenomen activa en verplichtingen

Fiscale posities

Vennootschapsbelasting

De Universiteit Twente voert jaarlijks aan de hand van de laatste jaarrekening de VPB-toets uit (activiteitentoets en bekostigingstoets) om te bepalen of de universiteit over dat jaar al dan niet VPB-plichtig is. Tot op heden heeft de universiteit jaarlijks de vrijstelling van vennootschapsbelasting mogen toepassen.

Samen vormen de ondernemingen Universiteit Twente Holding B.V., Technopolis Twente Onroerend Goed B.V., Congres- en Studiecentrum Twente B.V., High Tech Factory B.V., High Tech Fund B.V., United Twente Innovation B.V., ITC International Hotel B.V., De Hogekamp B.V., EMI Twente B.V. en VVI B.V. een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. De moedermaatschappij Universiteit Twente Holding B.V. neemt op grond van RJ 272.803d de belastinglasten respectievelijk belastingbaten van de gehele fiscale eenheid voor eigen rekening.

Omzetbelasting

Voor de heffing van de omzetbelasting is Universiteit Twente met ITC International Hotel B.V. opgenomen in de fiscale eenheid Universiteit Twente. Op grond van de standaardvoorwaarden zijn Universiteit Twente en ITC International Hotel B.V. ieder hoofdelijk aansprakelijk voor de door de combinatie verschuldigde omzetbelasting.

Voor de heffing van de omzetbelasting is Universiteit Twente Holding B.V. met De Hogekamp B.V. en Congres- en StudieCentrum Twente B.V. opgenomen in de fiscale eenheid Universiteit Twente Holding B.V. Op grond van de standaardvoorwaarden zijn Universiteit Twente Holding B.V. en de met haar gevoegde ondernemingen ieder hoofdelijk aansprakelijk voor de door de combinatie verschuldigde omzetbelasting.

Belastingvordering

Met de belastingdienst vinden al enkele jaren gesprekken plaats over teruggave van omzetbelasting gebaseerd op de omzet pro rata berekening conform het arrest Hoge Raad d.d. 23 februari 2018. Dit betreft de berekening zonder rekening te hoeven houden met aftrekbeperking die uitgaat van rijksbijdragen.  De mening van de Universiteit Twente dat de volledige rijksbijdrage mag worden gecorrigeerd in de berekening van het pro rata percentage, wordt door de belastingdienst niet gedeeld. In 2021 is de belastingdienst akkoord gegaan met teruggaaf van omzetbelasting op basis van omzet pro rata inclusief de aftrekbeperking. Met de belastingdienst wordt constructief overleg gevoerd over de hoogte van de toe te passen aftrekbeperking in de pro rata berekening. Verwacht wordt dat dit in het kalenderjaar 2023 volledig uitgewerkt zal zijn.

Claims

Ultimo boekjaar is er geen sprake van mogelijke materiële claims.

Aansprakelijkheid en garanties

Garantstellingen

  • Universiteit Twente Holding B.V. heeft zich gecommitteerd aan 3 fondsen, te weten: Twente Technology Fund B.V. (€ 3,0 miljoen), Cottonwood Technology fund B.V. (€ 2,0 miljoen) en Innovation Industries Fund Cooperatief U.A. (€ 1,5 miljoen). Van het gecommitteerde bedrag van € 6,5 miljoen is reeds € 6,4 miljoen overgemaakt. Er staat nog een verplichting open van € 65 duizend.

  • In 2022 heeft Universiteit Twente Holding B.V. zich eveneens gecommiteerd aan de fondsen IMEC.ISTART FUND NL (€ 0,5 miljoen) en MedTechFund (€ 0,5 miljoen). Per 31-12-2022 staat het bedrag van € 0,5 miljoen van beide fondsen nog open.

  • Voor de huisvesting van studententeams is met Print Partners Ipskamp Beheer B.V. een huurovereenkomst voor het pand Capitool 25 afgesloten door de universiteit. Deze huurovereenkomst is op 15 juni 2020 aangegaan voor een periode van vijf jaar, welke telkenmale automatisch met vijf jaar verlengd zal worden, tenzij huurder of verhuurder minimaal twaalf maanden voor afloop van de overeenkomst meldt deze te willen beëindigen. Met ingang van 2021 wordt de huur betaald door de Stichting Student Teams Twente. De universiteit staat volledig garant voor (de nakoming van) alle verplichtingen van deze stichting uit hoofde van de huurovereenkomst. De jaarhuur bedraagt bij aanvang van de overeenkomst € 0,1 miljoen per jaar en wordt jaarlijks geïndexeerd.

Borgstellingen

Ten behoeve van High Tech Factory B.V. is een borgstelling aan de Bank Nederlandse Gemeenten afgegeven. Het totaal van de lening bij de Bank Nederlandse Gemeenten bedraagt per jaareinde 2022 € 2,0 miljoen (2021 € 2,1 miljoen).

Meerjarige financiële verplichtingen

Er zijn langlopende onvoorwaardelijke verplichtingen aangegaan ter zake van bouwactiviteiten en huur. De resterende looptijd kan als volgt worden gespecificeerd:

Meerjarige financiële verplichtingen (M€)
geconsolideerd

Bouw-
activiteiten

Huur-
verplichtingen

Totaal

Niet langer dan 1 jaar

4,7

2,4

7,1

Tussen 1 en 5 jaar

0,0

9,1

9,1

Langer dan 5 jaar

0,0

3,3

3,3

Totaal meerjarige financiële verplichtingen

4,7

14,8

19,5

Bouwactiviteiten

De lopende verplichtingen in het kader van de bouwactiviteiten bedragen ultimo 2022 circa € 4,7 miljoen (2021: circa € 33,2 miljoen). De daling van het saldo ultimo 2022 ten opzichte van het saldo ultimo 2021 wordt veroorzaakt door verplichtingen ultimo 2021 ad circa € 31,0 miljoen voor nieuwbouw voor de faculteit ITC. Deze nieuwbouw is grotendeels in 2022 uitgevoerd en de bijbehorende verplichtingen gefactureerd.

Huurverplichtingen

  • Voor de huur van extra kantoorruimte in het pand aan Capitool 15 is per 1 april 2022 een huurovereenkomst met M7 EREIP V Dutch PropCo 4 B.V. afgesloten. De overeenkomst is in eerste instantie aangegaan voor een periode van vijf jaren en acht maanden. Het huurbedrag bedraagt € 0,5 miljoen per jaar. Het contract kan na afloop van de huurtermijn per 1 december 2027 jaarlijks met één jaar verlengd worden.

  • Met Snelder Zijlstra Bedrijfshuisvesting is per 1 augustus 2014 een overeenkomst gesloten voor de huur van het pand Capitool 40 ten behoeve van permanente tentamenruimte. Het huurbedrag bedraagt € 0,1 miljoen per jaar. Het contract wordt jaarlijks stilzwijgend met één jaar verlengd.

  • Per 1 februari 2023 heeft de universiteit een overeenkomst met High Tech Centre Enschede B.V. voor de huur van het pand aan de Hengelosestraat 701 voor huisvesting van het Fraunhofer Innovation Platform for Advanced Manufacturing. De huurovereenkomst is in eerste instantie afgesloten voor een periode van 10 jaar met een jaarlijkse huursom van € 0,45 miljoen. Na de initiële huurtermijn kan de universiteit de huur met nog eens 5 jaar verlengen.

  • VVI B.V. heeft een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd met ASR Dutch Science Park Fund voor de huur van ruimte in gebouw The Gallery. Het totaal jaarbedrag in 2023 voor huur en bijkomende kosten bedraagt € 1,4 miljoen.

Erfpachtverplichtingen

Begin jaren negentig zijn woningen belast met erfpacht verkocht aan personeelsleden van de universiteit. De erfpachter van de woningen heeft de bevoegdheid de woning bij aangetekend schrijven aan Technopolis Twente Onroerend Goed B.V. aan te bieden. In dat geval is de vennootschap verplicht deze woning te kopen. De koopsom voor de woning zal door beide partijen in onderling overleg worden vastgesteld. Het recht van erfpacht dat is verworven bij de verkoop van de woningen is destijds gewaardeerd tegen de contante waarde. Deze waarde werd jaarlijks verminderd met de gefactureerde erfpachtgelden met betrekking tot de verkochte woningen. Uiteindelijk werd in boekjaar 2013 de financiële waarde nihil bereikt. Het recht van erfpacht – hoewel geen financiële vaste activa van waarde meer – blijft echter voortdurend van kracht.

Voorwaardelijke verplichtingen

Inkoop

In het kader van de inkoop van goederen en diensten zijn door de universiteit ultimo 2022 financiële verplichtingen aangegaan tot een bedrag van circa € 14,2 miljoen (2021: circa € 10,6 miljoen). Het volledige bedrag aan verplichtingen vervalt binnen één jaar. Hiervoor zijn geen zakelijke zekerheden gesteld.

Onderhoud

Door de universiteit zijn in het kader van onderhoud aan gebouwen en terreinen voor het jaar 2022 financiële verplichtingen aangegaan tot een bedrag van € 1,4 miljoen (2021: € 1,7 miljoen).